home
forum
artikelen
ex-moslims
links


FFI-international: Engels
FFI-international Forum


Vraag Tante Latifa

Heb je islam-gerelateerde vragen over familie, vrienden en geliefden? Word je geconfronteerd met een moeilijke situatie, en zou je graag een advies willen?
Stel je vraag aan tante Latifa!



Vraag tante Latifa!

(Zie ook Engelstalig)


Banvloek over boek Robert Spencer

De regering van Pakistan heeft een banvloek uitgesproken over mijn boek The Truth About Mohammed. Alle exemplaren, ook de vertalingen, zijn in beslag genomen. Waarom? Omdat het boek ‘verwerpelijk materiaal’ bevat over Mohammed, de profeet van de islam. Sjahied Achmed, adviseur bij de Pakistaanse ambassade in Washington: ‘Dit boek is zeer, zeer schadelijk.’

Schadelijk materiaal? Verwerpelijk? Toegegeven, ze hebben gelijk. Er staat meer dan genoeg verwerpelijks in mijn boek – en het komt allemaal uit de islamitische bronnen zelf. Hierbij een kleine bloemlezing:

1. De waarheid over Mohammed zet in detail de drie keuzemogelijkheden uiteen die Mohammed zijn volgelingen gaf voor niet-moslims: bekering tot de islam, onderwerping zonder gelijke rechten onder het islamitisch recht, of oorlog.
Heb ik dit zelf verzonnen? Nee. Het is onder andere te lezen in Sahih Moeslim, een verzameling ‘hadith’ (tradities van Mohammed en de vroege moslims) die vele moslims betrouwbaar achten. Mohammed zegt daarin:

Vecht in de naam van Allah en op de manier van Allah. Vecht tegen hen die niet in Allah geloven. Als je je vijanden ontmoet die veelgodendienaars zijn, nodig hen dan uit tot het volgen van drie wegen. Als ze erop reageren, accepteer je dat en doe je hen verder geen kwaad. Nodig hen uit tot het accepteren van de islam; als ze daarop reageren, accepteer het dan van hun en vecht niet langer tegen hun. Als ze weigeren de islam te accepteren, eis dan een Djizya [een speciale belasting opgelegd aan niet-moslims] van hen. Als ze die betalen, accepteer die dan van hen en onderneem geen verdere actie. Als ze de belasting niet willen betalen, vraag dan Allah om hulp en vecht tegen hen (Sahih Moeslim 4294).

Is Sahih Moeslim in Pakistan verboden? Natuurlijk niet.

2. In mijn boek bespreek ik hoe Ibn Isjaq, een eerdere biograaf, de context van een aantal koranverzen uitlegt via de drie stadia waarin Mohammed zijn openbaringen over oorlogvoering ontving: eerst tolerantie, dan defensieve oorlog en tot slot offensieve oorlog met als doel de ongelovigen goedschiks of kwaadschiks te bekeren tot de islam of hen jizya te laten betalen (zie soera 9:29). Korancommentaren (tafasir) van Ibn Kathis, Ibn Djoezayy, As-Soeyoeti en anderen stellen met nadruk dat het negende hoofdstuk van de koran, de oproep tot offensieve oorlogvoering, elk vredesverdrag tenietdoet.

En ik heb echt niet in oude boeken zitten graven om dit te vinden. In moderne tijden is het idee van de ontwikkelingsstadia in de jihadistische leer van de koran, culminerend in de hegemonie van de sjaria, bevestigd door de jihadtheoretici Sayyied Qoetb en Syed Aboel Ala Maudoedi, evenals de Pakistaanse brigadier S.K. Malik, (schrijver van het boek The Qur’anic Concept of War), de Saoedische opperrechter Sjeik Abdoellah bin Moehammad bin Hoemaid (zie zijn boek Jihad in the Qu’ran and Sunnah) en anderen.Deze boeken worden vandaag de dag nog steeds gebruikt door jihadisten om hun acties te rechtvaardigen en nieuwe mensen te recruteren.

Is het werk van Ibn Kathir, Ibn Djoezayy, As-Soeyoeti, Qoetb, Maudoedi, Malik of Hoemaid verboden in Pakistan? Natuurlijk niet.

3. Ook bespreek ik in mijn boek het huwelijk tussen Mohammed en de kleine Aïcha. Dat staat beschreven in Sahih Boechari, de hadithverzameling die over het algemeen door moslims als de betrouwbaarste wordt beschouwd. Volgens de tradities, opgetekend door Boechari, ‘schreef de Profeet het [huwelijkscontract] met Aïcha toen ze 6 jaar oud was en consumeerde hij zijn huwelijk met haar toen ze 9 jaar was en ze bleef negen jaar met hem [tot zijn dood]’ (Zie Boechari 7.62.88, zie ook 7.62.65, 7.62.64, 5.58.236 en 5.58.234).

Het is overduidelijk dat vele moslims het materiaal waaruit ik putte voor mijn boek zeer serieus nemen. In navolging van hun profeet nemen zelfs moslims van deze tijd een kindbruidje. Op sommige plaatsen hebben ze zelfs de zegen van de wet: artikel 1041 van het burgerlijk wetboek van de Islamitische Republiek van Iran stelt dat meisjes zich al vóór de leeftijd van 9 jaar mogen verloven; trouwen mogen ze vanaf 9 jaar: ‘Het huwelijk is verboden voor de puberteit (negen volle maanjaren voor meisjes). Een huwelijk aangegaan voor de puberteit met de toestemming van de voogd is geldig op voorwaarde dat de belangen van de bewaarder goed in ogenschouw worden genomen’.

Ayatollah Khomeini huwde op zijn 28ste een meisje van 10 jaar. Volgens de Iraanse journalist en Khomeini-biograaf Amir Taheri noemde Khomeini een huwelijk met een prepuberaal meisje ‘een zegen uit de hemel’ en raadde hij de gelovigen aan: ‘Doe je best en zorg dat je dochters hun eerste bloed niet in jouw huis meemaken’ (The Spirit of Allah: Khomeini and the Islamic Revolution, Amir Taheri, pagina 35).

Time Magazine schreef hierover in 2001:

In Iran is de wettelijke huwelijksleeftijd 9 jaar voor meisjes en 14 voor jongens. De wet wordt soms uitgebuit door pedofielen die jonge meisjes uit de provincie trouwen, hen gebruiken en dan afdanken. In 2000 stemde het Iraanse parlement voor het verhogen van de huwelijksleeftijd naar veertien jaar voor meisjes, maar dit jaar sprak een door de traditionele clerus gedomineerd wetgevend toezichtsorgaan hierover een veto uit. In Jemen probeerden conservatieven tevergeefs de wettelijke mimimumleeftijd van 15 jaar af te schaffen; volgens plaatselijke experts wordt de wet echter zelden gehandhaafd. Het begin van de puberteit wordt gezien als de geschikte tijd om een huwelijk te consumeren.

Op 7 maart 2001 bracht het BBC Nieuws een item over kindbruidjes gebaseerd op een rapport van Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties. Daarin wordt gesteld dat meer dan de helft van de meisjes in Afghanistan en Bangladesh al getrouwd is vóór hun 18de.
Begin 2002 ontdekten onderzoekers dat de helft van de 13-jarige meisjes in Afghaanse en Pakistaanse vluchtelingenkampen al getrouwd was. Bijna alle meisjes boven de 14 waren getrouwd. Eén meisje van 10 was getrouwd met een man van 60.

Dit is de prijs die vrouwen en meisjes de hele islamitische geschiedenis door hebben betaald voor de hoge status van Mohammed als ‘een uitnemend gedragsvoorbeeld’ (soera 33:21, koran).

Natuurlijk valt hier wel wat tegenin te brengen. Bij elk voorbeeld dat ik geef, blijken islamitische autoriteiten op religieus gebied van mening te verschillen. Sommigen vinden dat ik misverstanden in ere houd door de tradities van Boechari te blijven herhalen. Maar die ‘misverstanden’ zijn wel wijdverbreid in de islamitische wereld en dat is precies het probleem. En als het echt misverstanden zijn, dan komt dat door Sahih Boechari zelf, een zeer oud en canoniek boek, en niet door mijn boek, dat drie maanden geleden verscheen en vast snel in de ramsj zal geraken.

Maar is Sahih Boechari in Pakistan verboden? Natuurlijk niet.

3. Tot slot leg ik in mijn boek uit waarom het vandaag de dag praktisch onmogelijk is een verkrachting te bewijzen in landen die het dictaat van de sharia volgen. Valse beschuldigingen van overspel tegen Aïcha leidden tot de vereiste dat vier mannelijke moslims moeten getuigen dat het overspel of een verwante indiscretie inderdaad heeft plaatsgehad. In een geval van seksueel wangedrag moeten er zelfs vier mannelijke moslims bij de daad aanwezig zijn – in overeenstemming met een openbaring aan Mohammed over zijn jeugdige vrouw, die hem van alle blaam moest zuiveren (Boechari, deel 3, boek 52, nummer 2661).
Dit vereiste geeft dubieuze mannen alle kans een vrouw te verkrachten en er zonder straf vanaf te komen: zo lang ze blijven ontkennen en er geen getuigen zijn, is de verklaring van het slachtoffer van nul en generlei waarde.

Volgens een grimmige statistiek uit 2000 gold voor maar liefst 75 procent van de vrouwelijke gevangenen in Pakistan dat hun enige misdaad was dat ze werden verkracht.
In Nigeria waren er enkele zeer bekende gevallen van omdraaiing, waarin verkrachte vrouwen door de islamitische autoriteiten werden beschuldigd van echtbreuk of ontucht en ter dood werden veroordeeld. Pas na internationale druk werden de vonnissen gewijzigd.

Dergelijke mensenrechtenschendingen zijn uitzonderlijk resistent tegen kritiek en hervormingsvoorstellen. Dat komt doordat ze zijn gebaseerd op koranische dictaten. Denk maar aan de recente situatie in Pakistan, het land waar mijn boek verboden is. De nieuwe Wet op de vrouwenbescherming heeft het misdrijf verkrachting zodanig geherformuleerd dat het volgens moderne juridische standaarden van bewijsvoering en getuigenverklaringen kan worden vervolgd, zonder te vertrouwen op de vier mannelijke getuigen die in de koran worden voorgeschreven. Maar islamitische hardliners hebben tegen de nieuwe wet geprotesteerd. Ze noemen de wet ‘onislamitisch, immoreel en ongrondwettig’. Ze staan sterk dankzij vers 24:14 van de koran en het verhaal over Aïcha.

Daarom denk ik dat wat ik schreef over de profeet in The Truth About Mohammed overeenkomt met hoe moslims in het algemeen denken. Ook in Pakistan. Omdat mijn boek geheel steunt op islamitische bronnen, kunnen de bezwaren van de Pakistaanse autoriteiten redelijkerwijs niet zijn gebaseerd op wat ik over de man zeg. Het moet dus wel gaan om het feit dat ik Mohammed afmeet aan een andere morele standaard dan de zijne en hem geheel niet als ‘een uitnemend gedragsvoorbeeld’ zie.

In een land dat niet pathologisch onzeker is, zou dit allemaal geen reden zijn om een boek te verbieden en in beslag te nemen, maar zou er een open, vrij debat ontstaan. Alom hoopt men op hervorming van de islam – om de elementen die oproepen tot geweld en extremisme te matigen – en zo’n hervorming kan alleen beginnen als de moslims zelf erkennen dat er aspecten van hun geloof zijn die kritisch tegen het licht gehouden moeten worden.
Ik vrees dat de banvloek over The Truth About Mohammed weer een teken is dat de immense hoop op hervorming die in het Westen leeft verre van reëel is.

FrontPageMagazine, 9 januari 2007

Robert Spencer is directeur van JihadWatch.

Gepubliceerd op 11.01.07 @ 11:47 PM, www.peterbreedveld.com


Debatteer mee op ons Forum!
Artikelen index