Heb je islam-gerelateerde vragen over familie, vrienden en geliefden? Word je geconfronteerd met een moeilijke situatie, en zou je graag een advies willen?
Stel je vraag aan tante Latifa!
Islam en democratie gaan niet samen, deel 2 - Ali Sina
Illustratie: Gregorius Nekschot Vertaling: Bernadette de Wit Bron: Het Vrije Volk
Ali Sina is hoofdredacteur van Faith Freedom, een site van seculiere moslims die gelovigen helpt bij het verlaten van de islam. Hij werd in 2004 met de dood bedreigd.
Islam en democratie gaan niet samen, deel 2 - Ali Sina
Ali Sina, in de VS bekend als pleitbezorger van geloofsvrijheid, komt met overtuigend bewijs dat de islam een autoritaire politieke godsdienst is. Aflevering 2 van een vierdelige serie.
Democratie betekent de regering van het volk. Dit is binnen de islam onaanvaardbaar.
De Koran zegt met nadruk dat ‘alle Heerschappij aan Allah’ toebehoort (soera 2:165, 35:20, 35:13, 64:1).
De woorden ‘geen oordeel dan dat van God’ (la hukm ills li-lah) zijn gebaseerd op verschillende Koranverzen (in het bijzonder 6:57, 12:40, 67, enzovoorts). Die Goddelijke macht berust bij zijn regent, bekend als Khalifat-al-Allah, het kalifaat van Allah.
Geen oppositie
De kalief kan geen wetten maken. Hij kan alleen de in de Koran en de soenna gegeven Wet uitleggen en toepassen. Uiteraard – de Koran is immers geen duidelijk boek – leidt dit tot zeer uiteenlopende interpretaties, en dit verklaart waarom er zo veel islamitische denkrichtingen en sektes zijn. ‘Maar het komt erop neer’, zegt Taheri, ‘dat geen islamitische regering democratisch kan zijn in de zin van het gewone volk gelijke wettelijke rechten geven.’
Gewone mensen worden awwam genoemd, en zoals het gezegde luidt: al-awwam kal anaam! (mensen zijn als dieren).
Het is aan de ‘experts’ om de sharia te duiden en de awwam te laten weten hoe ze hun leven moeten leiden. Dit geeft de ‘expert/leider’ de bevoegdheid om op te treden als de afgezant van God op aarde. Tegen de heerser kan geen oppositie bestaan. Je kunt je niet verzetten tegen God door je tegen zijn afgezant te keren.
‘Tegen de heerser kan geen oppositie bestaan’
Godslastering
In democratieën doen de opvattingen van mensen er niet toe. In een seculiere staat kunnen ze tot elke religie behoren of geen godsdienst aanhangen en toch in staat zijn om zichzelf te regeren. Dit is niet het geval in monotheïstische maatschappijen, waar God de wettenmaker is.
Christenen en joden hebben Kerk en Staat gescheiden. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de islam.
De islam kent het begrip ‘Kerk’ niet. Er is geen autoriteit als het Vaticaan of de Anglicaanse kerk in Engeland. De mullahs en imams zijn doorsnee moslims die in de oemmah, de moslimgemeenschap, een reputatie opbouwen door middel van hun kennis van de Koran en de sharia.
‘Christenen en joden hebben Kerk en Staat gescheiden. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de islam’
Op dit ogenblik hebben de moslims geen kalief. Maar als ze die wel hadden, kon hij nog niet afwijken van de Koran en de scheiding tussen islam en politiek aankondigen.
Het hoofddoel van de islam is de wereldheerschappij aan zijn rechtmatige eigenaar geven, Allah. Geen aardse autoriteit kan daartussen komen. De islam beletten dit doel te bereiken, komt neer op het ontkennen van zijn raison d’être en staat gelijk aan blasfemie.
De islam is per definitie imperialistisch, de religie van het zwaard.
Absolute waarheid
Democratieën zijn pluriform. Mensen hebben verschillende geloven en zijn vrij om kritiek te hebben op elkaars, maar ook hun eigen religie. Van de islam mag dat niet. Iedereen die kritiek durft te hebben op de islam, moet ernstige bestraffing vrezen, tot executie en moord aan toe. De islam wordt gezien als de Waarheid, de Enige Waarheid en de Absolute Waarheid. Die waarheid tarten, is hetzelfde als God uitdagen en dat kan niet worden getolereerd. Hetzelfde geldt voor het afwijzen voor de autoriteit van de Goddelijke afgevaardigden.
Op 27 mei 1999 zei de bekende Iraanse mullah Rafsanjani: ‘Als de islamitische natuur, de fundamentele pijler van de staat en de velayat-e faqih (de sjiïtische versie van het kalifaat) worden ondermijnd, zou er niets meer overblijven om ons heen.’ Diezelfde dag zei Khatami, de zogenaamd hervormingsgezinde president van de Islamitische Republiek Iran, in de stad Qom: ‘De samenleving neemt afscheid van het geloof en de clerus is het begin van onze neergang’.
Op 5 juli 1998 zei Khatami: ‘Velayat-e faqih is de spil en de pijler onder de staat en de reden dat die bestaat. Als zodanig is verzet ertegen (…) hetzelfde als verzet tegen de fundamenten van de staat (…) Geen staat zou een aanval op zijn principes toestaan’ (bron: het Iraanse persbureau Zamin).
Voogd
In een commentaar omschrijft het Iran Bulletin het begrip velayat-e faqih als volgt: ‘In de theorie van velayate faqih kan niemand het verschil aanwijzen tussen goed en kwaad. Inderdaad is het hele gebouw van het alwetende, al machtige klerikale heerserschap gebouwd op onze ‘onwetendheid’. De hoogste klerikale leider is onze voogd (qayyem) en wij zijn als schapen die zonder onze herder zeker verloren zouden raken. De valayte faqih belichaamt alle rechten en de anderen mensen zijn er alleen om plichten op te volgen.’
Khamenei legde het velayat-e faqih-systeem, waarin hijzelf de hoogste leider is, onverwacht eerlijk uit: ‘De onoplosbare regeringsproblemen worden door de leider opgelost. Zijn persoon verlicht de waarheid voor het volk en legt de samenzweringen van de vijanden bloot’ (aldus persbureau Zamin).
In de islamitische staat is godsdienst alomtegenwoordig en God is de enige legitieme bron van wetgeving. Tijdelijke heersers voeren de islamitische wetten uit, zoals gedicteerd door God.
Islamitisch politiek systeem
In een artikel getiteld Essentiële kenmerken van het islamitische politieke systeem wordt het als volgt uiteengezet:
‘Het politieke systeem van de islam is gebaseerd op drie principes: Tawhid (de eenheid van Allah), Risalat (het profeetschap) en Khilafat (plaatsvervangerschap, jurisdictie). Tawhid betekent dat alleen Allah de Schepper, Onderhouder en Meester van het universum is en van alles dat daarin in organische of anorganische vorm bestaat. De soevereiniteit van zijn koninkrijk berust alleen bij Hem. Hij alleen heeft het recht om geboden of verboden uit te vaardigen.
Alleen Hem mag men aanbidden en gehoorzaam zijn, niemand en niets anders mag daarin meedelen. Het leven in alle vormen, onze lichaamsorganen en vermogens, de ogenschijnlijke controle die we hebben over bijna alles in ons leven en over de dingen, niets daarvan is door ons gemaakt of verworven. Alles is ons geheel en al door Allah geschonken.
Om die reden is het niet aan ons doel en reden van ons bestaan te bepalen of de grens van ons gezag te bepalen; noch is wie dan ook aangewezen om die beslissingen voor ons te nemen. Dit recht berust slechts bij Allah, die ons heeft geschapen en ons geestelijke en lichamelijke vermogens heeft gegeven en ons heeft voorzien van materiële zaken om te gebruiken.’
Dit principe van de eenheid van Allah ontkent totaal de wettelijke en politieke onafhankelijkheid van menselijke wezens, individueel of collectief. Allahs geboden zijn de enige wet. Het artikel vervolgt:
‘Het medium waardoor we de wet van Allah ontvangen, heet de Risalat. We hebben twee zaken overgeleverd gekregen uit deze bron: het Boek waarin Allah Zijn wet heeft uiteengezet, en de gezaghebbende interpretatie en toelichting van het Boek door de Profeet – zegeningen en vrede zij met hem door woord en daad – in zijn hoedanigheid als de afgezant van Allah.De profeet –zegeningen en vrede zij met hem – heeft ons ook, in overeenstemming met de bedoeling van het Eeuwige Boek, een model gegeven voor de islamitische levenswijze doordat hij zelf de wet uitvoert en de vereiste details verschaft.
De combinatie van deze twee elementen wordt de shari’a genoemd.'
'Laten we nu ingaan op Khilafat (het kalifaat). Volgens het Arabische woordenboek betekent het ‘vertegenwoordiging’. De mens is volgens de islam de vertegenwoordiger van Allah op aarde, zijn plaatsvervanger. Dat is te zeggen, krachtens de macht die door Allah aan hem is gedelegeerd, is hij verplicht om het van Allah gegeven gezag in deze wereld uit te oefenen binnen de door Allah voorgeschreven grenzen.'
'Een staat die is opgericht in overeenstemming met deze politieke theorie is in feite een menselijk kalifaat onder de soevereiniteit van Allah en zal Allahs wil uitvoeren door te werk te gaan binnen de grenzen die Hij heeft voorgeschreven en in overeenstemming met zijn instructies.’
Deze definitie van het islamitische politieke systeem maakt duidelijk dat het islamitische bewind niet beperkt blijft tot de moslims zelf, maar ook tot alle ‘organische of anorganische’ dingen die in het universum bestaan. Natuurlijk horen de niet-moslims hierbij. In een islamitische staat moet iedereen leven volgens het dictaat van de islam.