![]() |
home FFI-international: Engels FFI-international Forum
|
Lessen in afvalligheid - Nahed Salim
Lessen in afvalligheid Nahed Salim Wij debatteren te weinig over de inhoud van het islamitisch onderwijs, vindt Nahed Selim. Zelf neemt ze een voorschot op die discussie door te onderzoeken wat jongeren op islamitische scholen leren over het probleem van de ’afvalligheid’. Het stelt haar allerminst gerust. Hoezo subsidieert Nederland islamitische scholen waar jonge mensen te horen krijgen dat je afvalligen mag doden, terwijl we tegelijkertijd van moslims verwachten dat ze de vrijheid van godsdienst en het recht op uittreding uit de islam respecteren? Intellectueel terrorisme Op 5 juni 2004 schreef dr. Ahmad al- Baghdadi, docent politieke wetenschappen aan de universiteit van Koeweit, een kritisch artikel in de liberale krant Al-Siyasa (’De politiek’). Daarin meldde hij dat hij zijn zoon liever muziek liet studeren dan de Koran leren. Een kwestie van voorkeur, zou je zeggen. Toch was deze eenvoudige verklaring genoeg voor drie islamisten om hem voor de rechter te slepen. De aanklacht luidde: minachting van de islam. Kort daarvoor had het Koeweitse ministerie van onderwijs geëist dat privéscholen meer lesuren inruimden voor islamitisch onderwijs, en meer tijd vrijmaakten voor het leren van de Koran. (Voor alle duidelijkheid: in Arabische landen zijn het juist de dure en betere privéscholen die weinig of geen aandacht schenken aan de islam, terwijl het onderwijs in de openbare scholen ervan doordrenkt is.) In eerste aanleg sprak de rechtbank Al-Baghdadi in januari 2005 vrij. De rechter verklaarde dat hij slechts zijn persoonlijke opinie had geuit en niet zozeer de islam had willen aanvallen. Maar daar namen de islamisten geen genoegen mee. Ze gingen in hoger beroep. En met succes. (Voor alle duidelijkheid: in Arabische landen zijn het juist de dure en betere privéscholen die weinig of geen aandacht schenken aan de islam, terwijl het onderwijs in de openbare scholen ervan doordrenkt is.) In eerste aanleg sprak de rechtbank Al-Baghdadi in januari 2005 vrij. De rechter verklaarde dat hij slechts zijn persoonlijke opinie had geuit en niet zozeer de islam had willen aanvallen. Maar daar namen de islamisten geen genoegen mee. Ze gingen in hoger beroep. En met succes. „Ik ben een vader van een kind dat onderwijs volgt op een Engelse school. Ik heb hem bij deze school ingeschreven en de zware kosten daarvan voor lief genomen teneinde mijn zoon te beschermen tegen de achterlijkheden van de curricula van het ministerie van onderwijs. Maar het is duidelijk dat het ministerie vastbesloten is om het privéonderwijs te vernietigen, nadat ze het openbaar onderwijs naar de bliksem heeft geholpen. Naar mijn mening zijn muziek en het ontwikkelen van een kunstzinnige smaak belangrijker dan religieuze studie en het in het hoofd stampen van de Koran. Het bestaande godsdienstonderwijs [op school] is al meer dan voldoende. [*] Ik wil niet dat mijn zoon van domkoppen leert geen respect te hebben voor vrouwen en voor niet-moslims. Ik wil niet dat de cognitief en intellectueel achterlijken, diegenen die verantwoordelijk zijn voor het vaststellen van pedagogisch onverantwoorde curricula, het hoofd van mijn zoon vullen met tradities over demonen. [*] Ik wil dat mijn zoon vreemde talen leert – die beter voor hem zijn dan de dode Arabische taal – en muziek leert zodat hij een verfijnde artistieke smaak ontwikkelt, en andere echte vakken leert die hem in zijn leven verder kunnen helpen zoals scheikunde, biologie, geschiedenis en sociale wetenschappen. [*] In alle openheid, ik wil niet dat mijn zoon de Koran opdreunt. Ik wil niet dat hij imam wordt. [*] Ik wil niet dat zijn toekomst naar het intellectuele of het feitelijke terrorisme leidt. Ik wil een zoon die vrede zoekt en die van alle mensen kan houden ongeacht hun huidskleur, ras, of religie. Ik wil dat hij een samenleving opbouwt, niet vernietigt. Kortom, ik wil een zoon op wie ik trots kan zijn vanwege zijn kennis en verstand, niet [een zoon voor wie ik me schaam] vanwege zijn intellectuele achterlijkheid.” Het hoogste gezag Ahmad al-Baghdadi’s ongegeneerde mening over het islamitisch onderwijs is bijzonder relevant voor de discussie in Nederland. In feite geeft hij inhoudelijke kritiek op het principe van islamitische scholen – waarbij de kwestie of ze nu wel of niet goed scoren irrelevant is. Het gaat hem om de ideologische grondslagen van dit type onderwijs.
Kennelijk is daarvan niets terechtgekomen. De gewraakte serie is nog steeds in gebruik op een Nederlandse school. Een oud-leraar van het ICA vertelde deze maand dat de boeken dienst doen bij de dagopeningen en in de godsdienstlessen. Behalve ’De weg van de moslim’ zijn op het ICA ook boeken in omloop van Yousef Al-Karadawi (1926), Egyptisch moslimgeleerde, leider van de Moslimbroederschap en een van de prominentste soenna-geestelijken van dit moment. Sommigen vinden hem een gematigd conservatief, anderen zien hem als een gevaarlijke islamist. Hij geniet brede bekendheid in de moslimwereld door zijn populaire programma ’Sharia en het leven’, uitgezonden door Al-Jazeera. Al-Karadawi heeft ruim vijftig boeken geschreven, waaronder ’Islam en secularisme’, ’Het toegestane en het verbodene in de islam’ en ’Islam: de toekomstige beschaving’. Enkele van deze boeken zijn verplichte lectuur op het ICA. Al- Karadawi is tegen gelijke rechten van mannen en vrouwen en wijst de scheiding van kerk en staat af. Vooral staat hij bekend om zijn fatwa’s, waarin hij zelfmoordaanslagen van Palestijnen en Irakezen goedkeurt als legale vormen van verzet. Meisjesbesnijdenis wil hij niet verplicht stellen, maar hij is tegen een wettelijke verbod erop. Zijn invloed is ook in Europa groot. De boeken van de man zijn op islamitische scholen verplichte lectuur; zijn cassettebandjes, fatwa’s en geschriften zijn bij de meeste moskeeën in Europa verkrijgbaar. Bovendien is Al-Karadawi voorzitter van het Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek (ECFR), die zetelt in Dublin. Dit instituut werd in 1979 in Londen opgericht, op initiatief van de Federatie van Islamitische Organisaties in Europa. De raad telt 32 vooraanstaande islamitische geestelijken uit Europa en het Midden-Oosten; zijn taak is het oplossen van de morele, persoonlijke en politieke dilemma’s waarmee de Europese moslims worstelen. De ECFR wil imamopleidingen in Europese landen promoten en bewaken. Hetzelfde wil de raad doen voor het islamitisch onderwijs. Daartoe werkt de ECFR nauw samen met een bekende organisatie als het Europese Instituut voor Humanistische en Islamitische Studies. Deze Yousef Al-Karadawi vertegenwoordigt dus, als voorzitter van de ECFR, het hoogste religieuze gezag voor moslims in Europa. Doodsbedreigingen Een van de kernvragen waarmee Europese moslims worstelen is ongetwijfeld die van de ’afvalligheid’. Elke liberaal denkende moslim loopt daartegenaan. Mag je de Koran aan herinterpretatie onderwerpen? Mag je als moslim kritisch zijn over de islam? Van Al-Karadawi beslist niet. In zijn boek ’Islam en secularisme’ legt hij uit waarom: „De moslimgeestelijken zijn het er unaniem over eens dat iedereen die de gangbare bekende beginselen van de godsdienst ontkent [*] als een afvallige wordt beschouwd die het geloof heeft verlaten. In zo’n geval dient de imam hem te vragen afstand te nemen van zijn dwalingen van het juiste pad. Anders dienen de wetten op afvalligheid op hem toegepast te worden.” In een interview met het Egyptische weekblad Al-Ahram Al-Arabi keurde hij het goed dat vrijdenkers en kritische moslimintellectuelen worden gedood. „Om het voortbestaan van de islamitische samenleving te kunnen garanderen, moet zij strijden tegen afvalligheid uit alle bronnen. Voorkomen moet worden dat afvalligheid zich als een wild vuur in een doornenveld verspreidt. Dit is ook wat Abu Bakr [de eerste opvolger van de profeet] en de compagnons [van de profeet] deden toen ze vochten tegen de afvalligen die valse profeten volgden*Bij het strijden tegen en het beperken van de individuele afvalligheid is er geen andere uitweg [dan de doodstraf] zodat de afvalligheid niet verergert en zich verder uitbreidt. Daarom zijn moslimgeestelijken het met elkaar eens dat de straf voor de afvallige, executie is.” Sayyed al-Kimni, een progressieve Egyptische intellectueel, ondervond aan den lijve wat dit betekent. Vanwege zijn onorthodoxe ideeën over de hervorming van de islam, die hij ventileerde in zijn wekelijkse column in het blad Roz al-Yousef, ontving hij doodsbedreigingen van islamistische zijde. De ideeën van Al-Kimni zijn voor ons eigenlijk weinig shockerend. Hier in Nederland zouden ze behoren tot wat ’de gematigde islam’ heet, waarvan je dag en nacht hoort dat die meer ruimte zou moeten krijgen. Al-Kimni wil dat de hervorming plaatsvindt op basis van de Koran. Hij maakt deel uit van een groeiende, maar nog altijd te kleine groep intellectuelen die vindt dat je afstand moet nemen van de soenna – de overleveringen van de profeet en het verplicht volgen van zijn voorbeeld. Alleen de Koran heeft in hun ogen rechtsgeldigheid. In juli 2005 besloot Al-Kimni te zwichten voor de doodsbedreigingen. Hij verklaarde alles terug te nemen wat hij in het verleden had geschreven; hij zou zelfs niet langer schrijven of in de media verschijnen. Tien dagen later ontving hij bericht van de Egyptische groep ’Djihad’: door afstand te nemen van zijn uitspraken was hem het lot van Ridha Hilal bespaard gebleven. Deze columnist en hoofdredacteur van de krant Al-Ahram, vredesactivist en secularist, is in augustus 2003 verdwenen. Niemand weet wat hem is overkomen of waar hij zit, ook de Egyptische veiligheidsdienst niet. Al-Kimni zwichtte voor de bedreigingen. De vraag is of hij een andere keuze had. In Egypte krijgen journalisten en opinieleiders nauwelijks of geen bescherming van de regering. De vier soennitische wetsscholen zijn het erover eens dat de sanctie op afvalligheid of op bekering tot een andere religie de doodstraf moet zijn. Zij komen daartoe op basis van verschillende koranverzen en overgeleverde uitspraken van de Profeet (zoals: ’Al wie zijn geloof afvalt, doodt hem’). Maar het zijn niet alleen de bronnen die de executie van afvalligen rechtvaardigen. Ook de profeet zelf en zijn opvolgers gebruikten de doodstraf tegen afvalligen. Onder de eerste kalief zijn er zelfs oorlogen gevoerd tegen stammen die na de dood van Mohammed rebelleerden en collectief van hun geloof vielen. Met bruut geweld werden ze bevochten en moesten ze de islam weer aannemen. Sjiieten en soennieten denken precies hetzelfde over afvalligheid. Wel is er verschil tussen ultra-orthodoxen van beide richtingen en gewone orthodoxen. Volgens sommigen zou de straf voor afvallige vrouwen levenslange opsluiting moeten zijn, totdat ze zich herbekeren tot de islam, terwijl voor mannen onmiddellijk de doodstraf geldt. Ook bestaat er onenigheid over de te volgen procedure. Als de afvallige geen berouw toont, beveelt de strengste stroming onmiddellijke onthoofding aan. De minder strenge bepaalt dat hij voor een dag wordt opgesloten in een kleine cel – sommigen zeggen drie dagen – waarbij hij slechts water krijgt. Anderen vinden dat droog brood ook is toegestaan. Marteling mag van sommigen wel, van anderen weer niet. Sociale uitsluiting Niet alle islamitische landen passen de sharia toe. In landen als Turkije, die een seculiere wetgeving kennen, wordt de doodstraf uiteraard niet officieel uitgevoerd. Toch gebeurt het dat ook in dit soort landen een afvallige wordt vermoord – weliswaar niet door de autoriteiten maar door individuen, familieleden of georganiseerde moslimgroepen. Zo werd de Egyptische secularist en intellectueel Faraj Foda in 1992 omgebracht door een moslimgroepering, met instemming van de Moslimbroederschap. En dan te bedenken dat onze vermaarde Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in zijn rapport ’Dynamiek in islamitisch activisme’ eerder dit jaar de Nederlandse regering adviseerde toenadering te zoeken tot de Moslimbroederschap. Een onbegrijpelijke zaak. ’Afvallige’ moslims ondervinden ook andere gevolgen. Ook als hun leven geen gevaar loopt, is er altijd sprake van sociale uitsluiting. Daarnaast zijn er consequenties op juridisch en economisch gebied. Een afvallige mag niet delen in de erfenis van zijn moslimfamilieleden, en zijn kinderen mogen niet van hem erven. Zo staat het immers in de overleveringen van de Profeet. Bovendien is een afvallige verplicht te scheiden van zijn moslimpartner, goedschiks dan wel kwaadschiks. Ieder willekeurig persoon mag namens de samenleving zo’n scheidingsaanvraag indienen. Islamisten in Egypte stelden een lijst op van tientallen intellectuelen voor wie ze scheidingprocedures wilden beginnen. Bekendste voorbeeld is dr. Nasr Hamid Abu-Zaid, die om die reden vluchtte naar Nederland en nu doceert in Leiden. Oogluikend toelaten Dit alles gebeurt ver weg. Maar wat te denken van het feit dat in het Westen precies dezelfde doctrine over afvalligheid wordt onderwezen en verspreid in moskeeën en islamitische scholen? Waarom laat het Westen dit oogluikend toe? Eigenlijk is de boodschap van het Westen: wij onderschrijven de heiligheid van jullie teksten. Niemand mag die bekritiseren of in diskrediet brengen. En jullie mogen de teksten die oproepen tot het doden van afvalligen leren aan jullie kinderen. Jullie mogen ze alleen niet in praktijk brengen. Dat is strafbaar. Het gevolg van deze dubbelzinnige houding is dat de politiek-correcte gemeente in Nederland iedereen die het totalitaire en gewelddadige karakter van sommige koranverzen en van teksten uit de overlevering durft te bekritiseren, betitelt als ’verlichtingsfundamentalist’. Zij worden letterlijk afgekeurd en in de hoek gezet. Moslims die hun geloof kritiekloos belijden en beleven, worden daarentegen geprezen. De intellectuele elite kiest voor de orthodoxie. Hoe verwarrend moet dit zijn voor (jonge) moslims die een weg moeten vinden in Nederland? De vraag is bijvoorbeeld hoe vruchtbaar het is om islamitische scholen te subsidiëren die het gedachtengoed van Al-Karadawi en anderen verspreiden, inclusief de executie van afvalligen, terwijl we van dezelfde moslims verwachten dat ze de vrijheid van godsdienst, van meningsuiting en het recht op uittreding uit de islam respecteren. De vraag is ook hoe efficiënt het is om geld te steken in projecten als het islamitisch centrum Marhaba in Amsterdam, een goedbedoelde poging om een liberale islam te stimuleren, terwijl intussen de zwaar gesubsidieerde islam in Nederland deze liberale islam ondergraaft en teniet doet. Zo bezien lijken de integratieproblemen niet alleen te wijten aan de moslims zelf, maar zeker ook aan de inefficiëntie en incompetentie van onze politici en bestuurders. Hoe kan de intellectuele elite in Nederland zo onverschillig blijven? Islamitisch onderwijs dat kinderen leert dat je afvalligen mag doden, zou géén subsidie moeten krijgen. Sterker nog: zulke scholen zouden aangeklaagd moeten worden wegens opruiing en het zaaien van haat. Een overheid die dit onderwijs mogelijk maakt, is in feite medeplichtig aan alle doodsbedreigingen die afvalligen en liberale moslims het leven zuur maken. (c)Nahed Salim, 2006
|