![]() |
home FFI-international: Engels FFI-international Forum |
Juwairiyah Door Ali Sina In de pre-islamitische historie van de Arabieren zijn er nooit zóveel oorlogen gevoerd op zo'n grote schaal als de oorlogen die Mohammed, de oprichter van Islam, gevoerd heeft. Tot dan toe bleven conflicten tussen Arabische stammen beperkt tot twisten die gepaard gingen met gevechten. De introductie van Islam bracht niet alleen oorlog met zich mee, maar ook een meedogenloze volkerenmoord en terreur, die al snel essentiële onderdelen van het expansionisme van Islam zouden vormen. De eerste jaren van Mohammeds loopbaan als profeet, in zijn geboorteplaats Mekka, waren vredig. Na 13 jaar profeetschap had Mohammed 70 tot 80 mensen weten te overtuigen van zijn boodschap. Niet iedereen van hen was een capabele krijger. Vandaar dat deze eerste jaren nog vreedzaam verliepen. De eerste moslims hadden de kracht nog niet om te vechten. Nadat Mohammed naar Medina verhuisde en de bewoners van die stad zijn godsdienst (wel) accepteerden, begon hij handelskaravanen aan te vallen en te beroven en later de nederzettingen en beschermplaatsen van mensen in de buurt om zijn volgelingen te kunnen voorzien van een inkomen, aangezien zijn volgelingen moeite hadden om in Medina werk te vinden. Het vijfde jaar na Mohammeds verhuizing naar Medina (hijrah) was een enerverend jaar. In dat jaar vochten moslims een fameuze veldslag tegen de inwoners van Mekka. Spoedig daarna zouden de moslims de joodse wijk Bani Quynuqa in Medina omsingelen. Nadat de stam van Mohammed de eigendommen (wijngaarden en huizen) en bezittingen (juwelen en wapens) van de welvarende joodse bevolking, voornamelijk bestaande uit (goud)smeden, had geroofd, werd de joodse bevolking verbannen van de grond, waar hun voorouders al hadden gewoond. Na deze rooftocht had Mohammed het gemunt op een andere joodse stam, de Bani Nadir. Mohammed vermoordde hun leiders en meest vooraanstaande mannen en na de stam van hun eigendommen en bezittingen te hebben beroofd werd de joodse stam verbannen uit Medina. In beide gevallen boden de joden geen verzet. Ze werden volkomen verrast en gaven zich over aan het superieure leger van Mohammed. Gesterkt door de overwinningen op deze zwakkere, niet-strijdende en ongevaarlijke mensen en hun bereidheid om al hun welvaart op te geven om hun levens te sparen, en geleid door een onverzadigbare gulzigheid en machtswellust ging deze door zichzelf benoemde 'boodschapper van God' verder met zijn rooftochten. Ditmaal was een joodse stam buiten Medina, Bani al-Mustaliq, aan de beurt. De bekendste biograaf van Mohammed, Bukhari, verhaalt als volgt over de aanval op Bani-al-Mustaliq: Bukhari, deel 3, boek, 46, nummer 717: Verteld door Ibn Aun: Deze zelfde hadith (verhaal over Mohammed) is opgenomen in Sahih Muslim Boek 019, nummer 4292, hetgeen de authenticiteit van dit verhaal garandeert. Mohammed kneedde zijn religie naar voorbeeld van het joodse geloof en had hoge verwachtingen dat de joden de eersten zouden zijn om zijn nieuwe religie te omarmen. De joden bleken echter tot woede van Mohammed zijn 'openbaringen' af te wijzen en dat heeft Mohammed de joden nooit vergeven. Je kunt nu eenmaal een narcistische persoonlijkheid niet afwijzen zonder dat je zijn woede wekt. Mohammed was zo kwaad dat hij de richting van het gebed van Jeruzalem naar de Kaaba - een plaats waar op dat moment afgoden aanbeden werden! - wijzigde en openbaarde dat Allah de joden in apen en zwijnen had veranderd vanwege hun ongehoorzaamheid. (Zie Koranverzen 5:60 en 2:65) Mohammed maakte van joden de zondebokken om zijn volgelingen aan hem te binden. Hij was een expert op het gebied van 'heers en verdeel'. De arabieren uit Medina waren over het algemeen een stelletje ongeletterde, arme mannen met weinig vaardigheiden, die hun brood verdienden met werken voor joden in o.a. de wijngaarden. Van oorsprong kwamen deze mannen uit Jemen, terwijl de joden al 2000 jaar in Medina woonden en uitblonken in de handel. Het land van de joden vormde een makkelijk doelwit. De eerste moslims roofden onder leiding van Mohammed het land van de joden, verhandelden hun vrouwen en kinderen als slaven. Mohammed verklaarde het vermoorden van hun werkgevers als gesanctioneerd door God! Dit bleek zo'n lucratieve bezigheid dat Mohammed na de mislukkingen in het begin van zijn profeetschap een nieuw pad van oorlog en veroveringen insloeg. Mohammed stuurde een van zijn handlangers, Bareeda bin Haseeb, erop uit om Bani al-Mustaliq te bespioneren en na de situatie te hebben geanalyseerd gaf Mohammed het bevel aan zijn manschappen om aan te vallen. Het volgende citaat komt van een islamitische website: "Het nieuws over de voortgang van de Moslimtroepen had Haris al bereikt. Zijn manschappen vluchtten in paniek en ook Haris zocht een schuilplaats op. Maar de plaatselijke bevolking van Muraisa nam de wapens op tegen de moslims en lieten een onophoudelijke regen van pijlen op hen neerkomen. De moslims lanceerden een abrupte, venijnige aanval en lieten de vijand, die hevige verliezen leed, op de vlucht slaan, terwijl 600 mannen gevangen werden genomen. Onder de buit bevonden zich 2000 kamelen en 5000 geiten. Bovenstaand verhaal is het verhaal over het huwelijk van Mohammed met Juwairiyah zoals opgenomen door islamitische geschiedschrijvers. Interessant genoeg laat Mohammed zich prijzen door Allah met verzen als: "En voorwaar, gij heeft een sublieme moraal." (Koran 68:4) en "Voorwaar ik zeg u: de boodschapper van Allah is een goed voorbeeld om te volgen, een leidraad." (Koran 33:21) De vraag die beantwoord moet worden, is of Mohammed wel zo'n sublieme moraal had en een goed leidraad voor de mensheid is? Eerst valt Mohammed een groep mensen aan zonder waarschuwing en louter omdat ze welvarend zijn en een makkelijke prooi zijn. Zoals gewoonlijk vermoordt hij de ongewapende mannen, plundert hun bezittingen en maakt de rest tot slaven. Is dit het gedrag karakteristiek voor een boodschapper van God? De verteller schrijft: "Zoals gebruikelijk in die tijd, werden alle krijgsgevangenen als slaven behandeld en onder de moslimsoldaten verdeeld." Als we de geschiedenis lezen, zien we dat deze praktijk inderdaad een overheersende praktijk was voor moslimkrijgers, gedurende de bloedige historie van Islam. Maar dit is geen antwoord op de vraag. Is dit hoe een boodschapper van God zich zou moeten gedragen? Op een andere plaats noemt Mohammed zichzelf de genade van God voor de gehele schepping. Wat is het verschil tussen deze boodschapper van God en een genadeloze tiran? Als Mohammed nou niet de genade van God was en niet de leidraad voor de mensheid, op welke manier had hij zich dán gedragen? Als de beschreven praktijken gebruikelijk waren in de Arabische wereld, had de boodschapper van God dat dan niet kunnen veranderen? Waarom meedoen aan dergelijke barbaarse praktijken? Heeft hij niet gezegd dat zijn voorbeeld gevolgd diende te worden? Waarom zou iemand die zo'n buitenissige bewering doet, zich zo moeten gedragen? Volgde hij louter de gewoonten van zijn tijd of deed hij een oprechte poging deze barbarij terug te dringen? Het is glashelder dat Mohammed niet echt ontroerd was door medelijden, maar geraakt door lustgevoelens. Hij liet Yuwairiyah niet vrij omdat hij medelijden had met haar. Dergelijke gevoelens kende Mohammed niet. Hij wilde Yuwairiyah voor zichzelf hebben! En dit is dan de man waar 1,2 miljard mensen achteraanhobbelen als het perfecte richtsnoer voor de mensheid… In weerwil van wat de meeste mensen denken, was Mohammed er niet op uit mensen te bekeren tot zijn religie. Mohammed was uit op macht. Religie was gewoon het middel dat hij gebruikte om mensen te laten gehoorzamen en om hen, die zijn religie niet accepteerden, te kunnen overwinnen. Hij woog iedere zaak op zich en nam de financiële winst in beschouwing. In veel gevallen was het voordeliger dat de overwonnen mensen niet bekeerd werden tot Islam, maar vermoord werden, zodat de eigendommen als buit in beslag genomen konden worden en hun vrouwen en kinderen als slaven gebruikt konden worden. Dit bracht de 'boodschapper van God' enorme welvaart, een welvaart die hij anders gemist zou hebben. Als mensen de keus gegeven zou worden, zouden ze uit pure angst voor de wrede consequenties van je niet bekeren, gekozen hebben voor Islam. Dit zou moslims de kans ontnomen hebben hen te beroven, met verlies aan winst als gevolg. Daarom vond Mohammed het niet nodig waarschuwende signalen af te geven aan Bani Mustaliq, zoals hij nooit waarschuwde, maar verrassingsaanvallen uitvoerde. Muslim, een andere biograaf van Mohammed vertelt: "Ibn Aun vertelde: Ik schreef Nafi om te vragen of het nodig was om de ongelovigen een uitnodiging te sturen om zich tot Islam te bekeren, voordat we hen in de strijd zouden ontmoeten. Hij antwoordde mij dat het in de prille dagen van Islam nodig was. De boodschapper van God (vrede zij met hem) voerde een roofoverval op Banu Mustaliq uit, terwijl ze argeloos het vee lieten drinken uit de poelen. Hij doodde hen die vochten, en nam de rest gevangen. Op die dag veroverde hij Juwairiyah bint al-Harith. Nafi zei dat deze traditie aan hem duidelijk gemaakt was door Abdullah b. Umar die zich onder de aanvallers bevond. (boek 19, nummer 4292) Moslimstrijders hebben deze 'goede gewoonte' van Mohammed (Sunnah: voorbeelden door Mohammed gesteld) voortgezet na zijn dood. Als een moslimleger een stad binnentrok was het de eerste drie dagen niemand toegestaan zich tot Islam te bekeren! In deze drie dagen konden de moslims zoveel mensen afslachten als ze wilden, hun eigendommen inpikken, de vrouwen verkrachten en evenals de kinderen tot slaaf maken. Pas als het aantal inwoners van een stad was gedecimeerd en alle vrouwen en kinderen die als slaaf konden fungeren, gevangengenomen waren, begon het schrikbewind van islamisering met de wrede keuze tussen bekering tot Islam of de dood, voor de overwonnen mannen. De joden en christenen echter genoten bescherming tegen betaling van een speciale belasting (Jizyah). Deze hoge belasting moest betaald worden aan de moslims die leefden van het parasiteren op (het werk van) de beschermelingen (dhimmi's). De volgende hadith van Bukhari noemt de oorsprong voor deze praktijk gebaseerd op de waarschuwingen van Mohammed aan de beschermelingen. Verteld door Juwairiyah bin Qudama At-Tamimi: Deze hadith laat weinig twijfel bestaan over de echte motieven van Mohammed om alleen de mooie en jonge meisjes te trouwen. Zoals we zien vermoordt de stam van Mohammed de echtgenoot van Juwairiyah, die ook haar neef was. Gegrepen door haar schoonheid biedt hij haar aan haar te bevrijden, maar alleen onder voorwaarde dat ze hem trouwt. Nadat ze bij Mohammed komt voor hulp, scheept deze zelfbenoemde 'genade voor de mensheid', dit zelfverklaarde 'richtsnoer voor de mensheid' haar op met een onwelkome keuze voor iemand die vrij wil zijn. Welke andere keuze dan te trouwen heeft zij? Mensen die Mohammed verdedigen, wijzen er vaak op dat Mohammed voornamelijk weduwen trouwde. Zij willen graag de indruk wekken dat Mohammed hen trouwde om hen te helpen. Maar zoals blijkt zijn Mohammeds geliefde vrouwen mooi en jong. En als de vrouwen weduwe waren, was dat omdat Mohammed hun man had vermoord. Juwairiyah was nog maar 20 jaar, terwijl Mohammed 58 was. Pikant genoeg was haar naam oorspronkelijk Barra (Vroom). Klaarblijkelijk vond Mohammed dit geen mooie naam en veranderde haar naam in Juwairiyah. Zelfs twee van Mohammeds vrouwen, genaamd Zeinab, heetten voordien Barra en hij veranderde hun namen in Zeinab. Het lijkt erop dat de profeet moeite had om seksueel intiem te worden met vrouwen die "Vroom" heetten. Deze schijnbaar incidentele voorvallen duiden nog op enige menselijkheid, een geweten zoals je wenst en misschien wijzen ze op een eigen, verborgen religieus gevoel. Mohammed was zeker overtuigd van zijn zaak. Zijn begrip van de werkelijkheid was echter gestoord en hij had problemen om onderscheid te maken tussen wat echt was en wat fantasie. Eigenlijk werd Mohammed niet geleid door zijn geweten en ethiek, maar door angst en bijgeloof. De rest van het verhaal over Juwairiyah wordt vermengd met halve waarheden en overdrijvingen, op de manier die vele ahadith (of hadiths) gekleurd heeft. We lezen: Er wordt beweerd dat toen de profeet - vrede zij met hem - na de rooftocht met Juwairiyah bij Dhuljaysh aankwam, hij Juwairiyah toevertrouwde aan iemand van Asnar om zijn weg naar Medina te vervolgen. Haar vader, al-Harith, ontdekte dat ze gevangen was genomen en ging terug naar Medina met een losprijs om zijn dochter vrij te kopen. Ibn-i-Sad beweert in zijn 'Tabaqat' dat de vader van Juwairiyah haar losprijs betaalde en dat toen ze vrijkwam de profeet haar huwde. Als gevolg van dit huwelijk werden alle circa 600 krijgsgevangenen vrijgelaten omdat ze het geen prettig idee vonden dat iemand die tot de familie van de profeet behoorde, tot slaaf gemaakt zou worden. Het is lastig vast te stellen welke delen van het verhaal waar zijn en welke niet. Het is echter opvallend dat er diverse tegenstrijdigheden opduiken in het verhaal. Zo lezen we dat Mohammed het losgeld aan Thabit betaalde en na Juwairiyah zodoende bevrijd te hebben, haar huwde. Later lezen we dat het de vader van Juwairiyah is die het losgeld betaalde. Wat betreft de bewering dat Mohammed een soort helderziende gaven bezat - zoals het weten waar de kamelen zich bevinden in de hadith - kunnen we rustig aannemen dat deze bewering niet klopt. Bij vele gelegenheden liet Mohammed exact het tegenovergestelde gedrag zien: Hij slaagde er niet in via goddelijke openbaringen informatie te verkrijgen die hij wenste. Zo moest bijvoorbeeld de schatbewaarder van de stad Khaibar, die door moslims belegerd werd, urenlang gemarteld worden, bijna tot hij doodging, voordat hij de locatie van de kostbaarheden verklapte. Het is van belang het karakter van de Arabieren te begrijpen. In dit geval hadden de Arabieren hogere morele waarden dan hun profeet. Ze lieten gevangenen vrij, nadat ze erachter kwamen dat Mohammed met Juwairiyah was getrouwd. Mohammed had geen fatsoensnormen, nog geen zweem van deugd als moreel leider viel bij hem te bespeuren. Hij kon zich niet inleven in de mensen die bij toeval zijn slachtoffer werden. Moslims beweren dat Juwiriyah een toegewijd gelovige was, die al haar dagen besteedde aan bidden. De bron van deze bewering treft men aan in het boek 'Usud-ul-Ghaba'. Daar schrijft de auteur dat wanneer de profeet ook maar Juwairiyah bezocht, hij haar biddend aantrof. Kwam hij enkele uren later weer, dan was ze nog steeds in gebed. Op een dag zei hij tot haar: "Zal ik je een paar woorden leren, als je ze reciteert, zullen ze zwaarder wegen dan alle gebeden die je tot nu toe gedaan hebt. Zeg: 'subhaana allahe 'adada khalqihi, subhana allahe ridhaa nafsehe, subhana allahe zinata 'arshehe, subhana allahe zinata 'arshehe,subhana allah midadda kalimaatihi.' (Loof Allah zo talrijk als zijn schepselen, zoveel als hem tevreden stelt, evenveel als zijn troon weegt en evenveel als er inkt is om zijn woorden op te schrijven.) De vraag dringt zich op waarom moslims 5 keer per dag bidden en hun tijd verspillen terwijl er zulk een simpele en onverslaanbare formule bestaat? En wat zou iedere weldenkende vrouw doen als haar oude man langskwam om (ongewenst) seks te hebben met haar? Ze zou een overlevingsstrategie bedenken. En dat was wat Juwairiyah deed. Iedere keer als Mohammed langskwam, deed ze net alsof ze diep in gebed verzonken was, zodat hij haar met rust zou laten en bij een van zijn andere vrouwen zijn driften zou botvieren. Maar Mohammed was een door de wol geverfde oude man. Hij schrijft snel een formule voor, bestaande uit één zin, en vertelt haar dat deze ene zin zwaarder weegt dan de hele dag bidden. Zodoende had Jawairiyah geen uitvlucht meer als Mohammed bij haar kwam voor seks. Oorspronkelijk, Engels-talig artikel van Ali Sina: Juwairiyah |