home
forum
artikelen
ex-moslims
links


FFI-international: Engels
FFI-international Forum


Vraag Tante Latifa

Heb je islam-gerelateerde vragen over familie, vrienden en geliefden? Word je geconfronteerd met een moeilijke situatie, en zou je graag een advies willen?
Stel je vraag aan tante Latifa!



Vraag tante Latifa!

(Zie ook Engelstalig)

Is er een plaats voor islam in Europa? - Sami Zemni

Is er een plaats voor islam in Europa?

De titel van deze lezing is opzettelijk provocerend. Ik hoop aan te tonen dat de vraag eigenlijk irrelevant is en gebruikt wordt als een manipulatie door politici, intellectuelen, wetenschappers en maatschappelijke werkers om allerlei vormen van discriminatie te rationaliseren en goed te keuren. Wanneer we de problematiek van islam in Europa bekijken dan kunnen we grofweg twee verschillende aanpakken onderscheiden. De eerste kan men omschrijven als de "traditionele of oriëntalistische aanpak". In deze aanpak wordt islam gezien als een op zichzelf bestaande entiteit, los van elke sociale contingentie, die kan afgewogen worden tegenover de positieve eigenschappen die we onszelf toeschrijven (democratie, mensenrechten, tolerantie,…). Het is binnen deze optiek dat vragen zoals "Is islam integreerbaar?", "Is islam compatibel met de democratie?",… worden gesteld. Een tweede aanpak is de "genealogische-pluralistische" aanpak. Hier wordt de islam niet gezien als een 'vreemd lichaam' dat nieuw is in Europa maar als een integraal deel van het Europese verleden. In deze aanpak is er geen plaats voor de studie van de islam op zich. In de plaats wordt de aandacht gevestigd op de verschillende articulaties, functies, en betekenissen die Moslims geven aan de Islam doorheen de geschiedenis en vandaag de dag. In deze lezing wil ik de tweede aanpak volgen en deze keuze onderbouwen met een aantal belangrijke kritieken op de eerste invalshoek.

Het ontstaan van de Europese moderne natie-staten had als gevolg het ontstaan van nationale geschiedenissen. De cultureel homogeniserende werking van deze nieuwe staten zorgde ervoor dat de islam, dat sinds de 7de eeuw deel uitmaakte van Europa, werd weggeschreven uit de geschiedenisboeken. Islam was altijd, en is nog steeds, aanwezig in Europa. Vanaf de 7de tot de 17de eeuw maakte de islam integraal deel uit van het Iberische schiereiland en dit voornamelijk tijdens de autonomie van de bloeiende al-Andalous beschaving. Tussen 1609 en 1619 echter werden de Moriscos (zij die zich verplicht tot het Christendom moesten bekeren) gedeporteerd buiten de grenzen van een "Christelijk Europa". Tot de 19de eeuw bleef de islam echter aanwezig en overleefde het in een soort van crypto-islamitische vorm.

In Oost-Europa, op verschillende delen van de Balkan, is de islam steeds nadrukkelijk aanwezig geweest door het Ottomaanse Rijk. Na de Tweede Wereldoorlog begon de islam opnieuw meer zichtbaar te worden maar dan door de nieuwe migranten die door de Europese regeringen waren gerekruteerd om het tekort aan arbeiders in Europa op te vangen. Als we iets van de plaats en de rol van islam in Europa willen begrijpen dan moeten we in de eerste plaats naar onszelf kijken. We moeten ons de vraag stellen wat onze principes en idealen van democratie inhouden en ons de vraag stellen of een debat over de islam wel nodig is. In de volgende paragrafen wil ik aantonen dat het debat rond islam veel problematischer is dan islam zelf en dat debatten over de essenties van islam misplaatst en nutteloos zijn.

West-Europese landen zien zichzelf graag als moderne natie-staten. Een moderne staat is gebaseerd op de idee van menselijke rationaliteit als ordenend maatschappelijk principe. De idee dat de staat en maatschappij geordend zijn door een transcendente, buitenmaatschappelijke referent (religie) wordt verworpen. God wordt niet gezien als manifest in de sociale orde (zoals in de Middeleeuwse staat) maar religie en geloof hoeven daarom nog niet te verdwijnen. De moderne Europese staten omschrijven zichzelf als seculiere staten en haar ideaal kan dan ook samengevat worden in de worden van de beroemde Franse wetenschapper Ernest Renan: "l'Etat neutre entre les religions, tolérant pour tout les cultes".

De juridische basis voor deze maatschappelijke consensus rond secularisme is de levensbeschouwelijke neutraliteit van de staat. De filosofische en humanistische principes die aan de grondslag liggen van deze houding, geven het recht van vrijheid van religie aan ieder individu. Maar de vrijheid van religie is daarom nog niet zonder limiet. Wat zijn de grenzen van die vrijheid? De grens van de vrijheid van religie (zonder de verschillen tussen de Europese landen hier bij te betrekken) is meestal negatief geformuleerd. Geloof en religie van een individu worden getolereerd zolang ze niet de vrijheid van een ander individu inperken of bedreigen. Het gebruik van dwang om zijn geloofsovertuiging te verspreiden wordt niet getolereerd. De idee van rechtvaardigheid van de seculiere Europese staat probeert er voor te zorgen dat elk individu zoveel mogelijk vrijheid kan krijgen zodat zij of hij haar/zijn religie op een vredelievende wijze kan uitoefenen binnen de grenzen van de nationale en internationale wetgevingen. Deze ethisch-filosofische principes zijn niet zomaar vage idealen. Ze vonden allemaal hun juridische neerslag in de verschillende Europese grondwetten en ook in supranationale wetgevingen zoals de Universele verklaring voor de Rechten van de mens of het Europese verdrag van de mensenrechten.

De nationale en internationale wetgevingen ten spijt, stellen we nog steeds een bevooroordeelde visie op islam en een continue discriminatie van moslims vast. De voorbeelden zijn legio: hoofddoeken mogen op school niet gedragen worden, werkgevers weigeren migranten in dienst te nemen, het debat rond migrantenstemrecht, … De vraag die we willen behandelen is dan ook waarom er ogenschijnlijk een probleem is met de islam? Waarom hebben de protestantse en joodse minderheden in België niet dezelfde problemen? Wat is er binnen de Europese cultuur dat het rationeel en logisch denken over islam niet mogelijk maakt. Het is mijn these dat de Europese identiteit en haar onderliggende lokale identiteiten (Vlaams, Belgisch, Nederlands, Frans,…) gebaseerd zijn rond een fenomeen dat ik de "asymmetrische universaliteit" noem. Dit is een discours waarin Europa (en de afzonderlijke landen) zichzelf ziet als het centrum, de kampioen van de universaliteit met al haar positieve eigenschappen (democratie, tolerantie, mensenrechten, pluralisme, …), terwijl de "Andere" onder het mom van een pluralistisch discours ten dele zijn recht op anderszijn wordt miskend. Om dit mechanisme aan te tonen willen we twee courante gedachtelijnen, denkmechanismen uitleggen. De eerste gedachte draait rond het zogenaamde "unieke" karakter van de islam als spiegelbeeld van een "Christelijk Europa", de tweede idee daarentegen, behandelt de groeiende overlapping of conflatie van islam, fundamentalisme en terrorisme.

Met het zogenaamde "unieke" karakter van islam bedoel ik de idee dat islam, als een op zichzelf bestaand gegeven, totaal verschillend is van een verondersteld "Christelijk Europa". Het is ondertussen geweten dat identiteiten niet op zichzelf bestaan maar dat ze steeds constructies van individuen en sociale contingenties zijn, binnen een bepaalde sociale context. De idee van het bestaan van één Europa is ook zo'n constructie, het is geen gegeven, het is m.a.w. immanent. Wil een identiteit bestaan dan moet het steevast op zoek gaan naar een Andere want zonder die Andere kan er geen zelfbewuste identiteit gedijen. Met het ontstaan van de Europese natie-staten binnen het groter geheel van een Europese idee heeft de islam de rol gespeeld van de "slechte Andere". Vanaf de Renaissance, heeft de Europese idee zich niet zozeer geconstrueerd rond geografische grenzen maar rond de ideeën van moderniteit en universalisme. Het onderscheid tussen modern en niet modern is het criterium bij uitstek van Europese wetenschappers om een onderscheid te maken tussen "Wij" en "Zij", tussen het Westen en de rest. Het Westen wordt dan synoniem van democratie, tolerantie en vrijheid, de Andere van despotisme, barbarisme en slavernij. De "Andere" voor Europa was vooral (maar niet alleen) de islam omdat het de religie van de dichtste buur was maar ook, tot ongeveer de 16de eeuw, een militaire, economische en politieke concurrent van Europa.

Vanaf het moment dat de islam het spiegelbeeld werd van Europa werd het het voorwerp van wetenschappelijk onderzoek gebaseerd op een speciale methodologie. De methodes die gebruikt worden om islam te onderzoeken weerspiegelen de idee van een superieur Europa. Het Westen is altijd dynamisch en vooruitstrevend, de islam stagnerend en achterlijk. Om dit te kunnen "bewijzen" kijken oriëntalisten niet naar wat er in de islamitische wereld gebeurde en dagelijks gebeurt maar naar wat ze denken dat alle gedrag verklaart nl. de heilige bronnen (in de eerste plaats de Koran en de Sunna). Men gaat ervan uit dat Moslims als een machine de geboden uit de heilige bronnen steeds weer reproduceren. Dit leidt tot de saaie maar vooral foutieve vragen zoals "Islam en democratie?", "Islam en mensenrechten?", … Deze methodologie is niet zomaar een overblijfsel van het verleden. Het heeft zich diep in het Europees onderbewustzijn genesteld en wordt vandaag nog elke dag in de praktijk gebracht. Wanneer er in Europa een sociaal probleem de kop opsteekt waarbij migranten zijn betrokken dan wordt steevast "de islam" als probleem aangeduid.

Laten we even een voorbeeldje uitwerken. Wanneer een Belgische man ervan wordt beschuldigd zijn vrouw te slaan dan is de reactie van het Belgische publiek eensgezind: de man is foutief, hij heeft iets slecht gedaan maar we zoeken naar redenen om zijn wangedrag te verklaren. Men zegt dan dat de man als kind werd geslagen, dat hij een drug- of alcoholverslaving heeft enzoverder. Wanneer een Moslim daarentegen wordt beschuldigd van hetzelfde kwalijke feit dan is er geen plaats meer voor contextualisatie en uitleg. Het is niet de man die schuld treft maar "de islam" want, zo komen onze zogenaamde experten vertellen, in de Koran staat dat de man zijn vrouw mag slaan. Dit betekent dat Belgen geen structurele realiteit geven aan huiselijk geweld tegen vrouwen. Het is het slechts gedrag van een individu maar geen haar op ons hoofd durft toe te geven dat het iets te maken heeft met een Westerse of Europese essentie, een structureel probleem in onze maatschappijen. Moslims daarentegen worden hoofdzakelijk bekeken doorheen een structurele bril. Het lijkt absurd maar het gebeurt dagelijks in onze maatschappij. Vele Europeanen (en wetenschappers voorop) willen maar niet begrijpen dat "de islam" niet bestaat en dat er evenveel "islams" als Moslims zijn. Wat belangrijk is, is wat Moslims zeggen wat islam is, wat ze concreet doen en niet wat wij denken wat het is.

Moeten we dan overgaan tot een theologisch debat over de islam met de islamitische migrantengemeenschappen? Heel zeker niet. Als de seculiere en neutrale Europese staat zich in zo'n debat engageert dan zou het willens nillens een keuze moeten maken. Het zou kiezen voor een bepaalde versie van de islam die zij goed vindt. Maar dit brengt vooral problemen met zich mee. Wie spreekt er in naam van de Moslims? Wie definieert er wat islam is? Wie zou het aanvaarden? Als het wordt gedefinieerd door een Europeaan dan zullen talrijke Moslims niet akkoord gaan met de definitie. Wanneer het door een Moslim zou worden gedefinieerd dan zullen evenveel andere Moslims het ook in twijfel trekken aangezien er binnen islam geen officiële clerus bestaat (in tegenstelling tot het Christendom en het Jodendom). Daarom is het noodzakelijk in te zien, willen we onze eigen principes waardig zijn, dat wat voor ons geldt ook voor Moslims geldt. Moslims hebben volledig het recht op vrijheid van religie binnen de grenzen die voor iedereen gelden.

Een tweede gedachtelijn is de idee dat islam gelijkstaat met 'terrorisme' en 'fundamentalisme'. Het fenomeen van de publicatie van de islam in Europa (het binnentreden in de publieke sfeer) en de opkomst van het islamisme in de Arabische wereld worden steeds in verband met elkaar gebracht en Moslims worden daardoor steeds meer als potentieel gevaar gezien. Nochtans zijn er weinig of geen verbanden tussen de groeiende zichtbaarheid van de islam in Europa en de vele verschillende manifestaties van het islamisme in de Arabische wereld. In een culturalistische visie op de wereld, waarin geen plaats is voor contexten, is het simpel om islam, na het wegvallen van het communisme, af te tekenen als de 'nieuwe vijand'. Deze simplistische generalisaties maken zelfs deel uit van de academische kringen en kregen hun 'lettres de noblesses' in Huntington's Clash of Civilizations. Dit betekent dat Moslims worden opgesloten in een intellectuale bantoestan die hen van buiten uit wordt opgelegd.

Dit tweede vooroordeel heeft de Westerse methodologie voor het bestuderen van de islam verder beïnvloed. Het vernieuwde paradigma is niet gebaseerd op de dichotomieën tussen progressief - achterlijk of rationeel - irrationeel maar rond de idee van fundamentalisme - anti-fundamentalisme. Dit is eigenlijk niks anders dan een vernieuwde uitgave van de idee van de Westerse suprematie. Op welke manier beïnvloedt die gedachtewijze de Moslims in Europa? Moslims worden eigenlijk geblokkeerd en gehinderd in hun emancipatie en zelfontwikkeling. De zichtbaarheid van islam in Europa is geen teken van fundamentalisme maar is in de allereerste plaats de voorbode van, wat men bij gebrek aan een betere term, de geboorte van een "Europese islam" kan noemen. De zichtbaarheid van islam wordt vooral gedragen door een generatie van jonge Moslims die hier werden geboren of reeds lang wonen. Het is een bewijs dat ze zich thuisvoelen in Europa, het is een vraag naar erkenning. Ze vragen om volwaardige burgers te kunnen worden mits het behoud van enkele culturele verschillen. Ze vragen eigenlijk niet meer dan hun autochtone leeftijdsgenoten: een goede toekomst voor zichzelf en hun kinderen. Het spreekt voor zich dat de grenzen van hun eisen dezelfde zijn als de anderen nl. de grenzen van de democratische rechtsstaat.

In plaats van de 'Andere' steeds weer te stigmatiseren, moet er een debat komen dat gebaseerd is op een wederzijdse erkenning, op interculturele communicatie. Interculturele communicatie heeft het niet zozeer over integratie maar over interactie. Integratie betekent in de praktijk teveel een reeks van op te leggen voorwaarden waaraan de Moslim moet voldoen vooraleer hij wordt aanvaard. Interactie daarentegen is gebaseerd op een wederzijdse dialoog tussen "wij" en "zij", tussen "allochtoon" en "autochtoon". Interactie leidt ons naar een radicaal pluralistische maatschappij waarin de relatie tussen meerderheid en minderheid gestoeld is op wederzijds respect. Dit betekent dat het niet enkel de Moslims zijn die "moeten veranderen" maar ook wij. Het samenleven is een actieve onderneming. Niet de Moslim of allochtoon maar de hele maatschappij moet veranderen. In zo'n maatschappij zou er geen duidelijk verschil zijn tussen twee groepen alleen één maatschappij gefundeerd op de waarden van samenhorigheid en gemeenschappelijkheid. Culturele diversiteit gedijt m.a.w. op een basis van wederzijds respect binnen één democratisch en pluralistisch geheel.

Uit het voorgaande kunnen we besluiten dat Europa haar identiteit en zelfbeeld nog steeds baseert op de idee van een tolerant democratisch universalisme. Maar dit soort universalisme is nog steeds asymmetrisch: wat voor ons geldt, geldt niet voor hen. Onder het mom van openheid en pluralisme namelijk, worden Moslims nog steeds paternalistisch behandeld. Het is alsof Europa officieel in haar multiculturele discours zegt "de Andere verrijkt ons" terwijl het in werkelijkheid denkt: "een beetje couleur locale mag wel maar zorg ervoor dat je niet teveel verschilt". We eten af en toe graag eens een cous-cous of een tahine, dansen wel eens op raï-muziek maar vraag ons niet een minaret in ons straatbeeld te aanvaarden.

Er is plaats voor islam in Europa, al was het maar omdat het er altijd al is geweest. De vraag is zelfs overbodig en een politieke manipulatie gebaseerd op een discours dat zich pluralistisch denkt maar in werkelijkheid een verborgen suprematie inhoudt. Zolang de vraag gesteld wordt, zullen Moslims voorwerp blijven van discriminatie. Uiteindelijk spreekt Europa dan niet meer over multiculturalisme en verdraagzaamheid maar over regelrechte gelijkschakeling. Het denkt niet aan gelijkwaardigheid maar aan "het weggommen van diversiteit". En in een wereld zonder verschillen regeren grijsheid en monotonie.

Sami Zemni



Zemni is wetenschappelijk medewerker aan de Vakgroep Studie van de Derde Wereld van de Universiteit Gent. Hij doctoreert over het islamisme in de Maghreb en Egypte. Hij is tevens bestuurslid van het "Centrum voor Islam in Europa" en voorzitter van vzw Forum voor Gelijkheid en Interactie (FOGI). (gepubliceerd in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift, 33ste jaargang, nummer 3, September 1999, pp. 32-35. Zie: http://www.democratisch-links.be/vmt)


Links

mailto:sami.zemni@rug.ac.be


Debatteer mee op ons Forum!
Lees hier meer over islam en actualiteit!


Artikelen index