![]() |
home FFI-international: Engels FFI-international Forum
|
De profiteurs van de oorlog in Irak - Evy Ballegeer
Het rapport Baker maakte brandhout van de Irak-strategie van de regering Bush. Meer en meer Amerikanen morren. Terwijl een soldaat gemiddeld 25.000 dollar verdient, haalt de ceo van een defensiebedrijf 7,2 miljoen per jaar op. Massale sommen stromen rechtstreeks naar de zakken van de toplui. Wanneer het gaat over bedrijven die geld opstrijken dankzij de oorlog in Irak, komt een naam altijd ter sprake: Halliburton. Maar de Texaanse gigant is lang niet de enige Amerikaanse onderneming die in tijden van oorlog zeer lucratieve overheidscontracten in de wacht sleept. Bewakingsfirma’s die personeel leveren om toezicht uit te oefenen in gevangenissen, communicatiebedrijven wiens vertalers helpen bij ondervragingen en zelfs gezondheidsondernemingen die het militair personeel verzekeren zijn evengoed gebaat bij de verderzetting van het conflict.
Een spraakmakend voorbeeld van het winstgevende karakter van de oorlog is het verhaal van David H. Brooks, eigenaar van DHB Industries, een firma die handelt in kogelvrije vesten. In de jaren ’90 runde Brooks een makelaarskantoor tot hij uit het beroep verbannen werd nadat hij betrapt was op handel met voorkennis. Op zoek naar een nieuwe loopbaan kocht Brooks voor 800.000 dollar een klein bedrijfje in kogelvrije vesten dat op de rand van het faillissement stond. In de aanloop naar de invasie in Irak wist Brooks een exclusief contract te ontfutselen van de Amerikaanse regering om de beschermingskledij van elke soldaat in Irak te leveren. Het Pentagon hielp de aandelen van DHB de hoogte in, wat op zijn beurt Brooks loon exponentieel liet groeien. Terwijl hij in 2001 nog 525.000 dollar verdiende, stond er in 2004 plots 70 miljoen dollar op zijn loonbriefje.
Nog zo’n megaverdiener is George David. Hij staat aan het hoofd van United Technologies, een bedrijf dat onder andere Black Hawk helicopters produceert. Sinds 9/11 heeft de ceo zo maar even 200 miljoen dollar opgestreken. De exorbitante lonen van George David en zijn collega’s in de defensie- en militaire industrie werden onder de loep genomen door de denktank Institute for Policy Studies in Washington en de organisatie United for a Fair Economy in Boston. Hun studie Executive Excess toont aan dat bedrijfsleiders van ondernemingen in de defensie- en militaire industrie veel grotere loonsverhogingen krijgen dan ceo’s die niet in die branche aan de slag zijn. De topmensen van firma’s die meer dan tien procent van hun winst uit defensiecontracten halen, hebben hun salarissen zien verdubbelen sinds 11 september tot gemiddeld 7,2 miljoen dollar per jaar. Hun collega’s in andere grote bedrijven die geen belangen hebben in de oorlog zagen hun loon de voorbije vijf jaar slechts met zes procent stijgen.
De studie onderzocht de verdiensten van de ceo’s van honderd grote defensiebedrijven zoals Boeing, Lockheed Martin, Northrop Grumman, en van minder bekende ondernemingen zoals Oshkosh Truck Corporation, een leverancier van zware vrachtwagens, en Edo-Corp., dat gsm-blokkeerders produceert die de ontploffing van geïmproviseerde bommen langs de weg kunnen helpen verhinderen. Tussen 2001 en 2005 stegen de winsten van de firma’s met 189 procent. Winsten voor het bedrijfsleven in het algemeen stegen ter vergelijking met 76 procent. De ceo’s van de eerste 34 ondernemingen op de lijst verwierven sinds 11 september allen samen haast een miljard dollar. Met dat bedrag zouden een miljoen Irakezen kunnen aangeworven worden om een jaar lang te werken aan de heropbouw van hun land.
De hoogste persoonlijke loonsverhoging staat op naam van Jay Gellert die aan het hoofd staat van Health Net. Die privé-verzekeraar staat in voor de gezondheidszorg van drie miljoen militaire personeelsleden en hun families en van de gepensioneerden van het Pentagon. De voorbije vier jaar mocht Gellert 28 miljoen dollar mee naar huis nemen, in vergelijking met 2,3 miljoen dollar over de voorgaande vier jaar. Dat komt neer op een stijging van 1134 procent. Vorig jaar verwierf Gellert 11,6 miljoen na een fikse stijging in het aantal militaire contracten dat het bedrijf in zijn rapporten toeschreef aan ‘een stijging van diensten in de privé-sector als direct gevolg van verhoogde militaire activiteit’. Momenteel dankt Health Net 17 procent van zijn omzet aan het Pentagon en de verzekeraar ziet de toekomst verder rooskleurig in. Zelfs al zouden de Amerikaanse troepen zich terugtrekken uit Irak, dan nog zouden de grote aantallen gewonde en getraumatiseerde soldaten verdere zorg vereisen. ‘De Amerikaanse belastingsbetaler beseft gewoon niet hoeveel hij betaalt voor de enorme kosten van de geprivatiseerde militaire gezondheidszorg’, aldus het rapport.
Ook in de olie-industrie regent het fenomenale opbrengsten. De vijftien best verdienende topmensen in de sector kregen in 2005 een opslag van gemiddeld 50 procent. Daarmee verdienen ze drie keer meer dan hun collega’s in andere sectoren. Oliebonzen strijken bijna 33 miljoen dollar op, terwijl het jaarloon van ceo’s in andere bedrijven 11,6 miljoen bedraagt. De ceo’s van Amerika’s grootste oliebedrijven overstijgen ook veruit de verdiensten van hun collega’s buiten de VS. BP en Royal Dutch Shell betaalden hun ceo’s slechts een achtste van het loon van de Amerikanen, hoewel beide bedrijven op dezelfde markt actief zijn.
Volgens het rapport worden de recordlonen grotendeels gefinancierd met Amerikaans belastingsgeld. ‘Over de partijgrenzen heen zouden de oorlogswinsten woede moeten opwekken’, besluit Sarah Anderson die medeauteur is van de studie. ‘Jammer genoeg weerhoudt de partizanenreflex het parlement ervan om de contracten te overzien. Door het gebrek aan toezicht hebben belastingbetalers weinig redenen om te geloven dat hun geld gebruikt wordt om de troepen te beschermen of om de wereld veiliger te maken. In feite stromen massale sommen rechtstreeks in de zakken van toplui. Zulke persoonlijke verrijkingen creëren het risico dat men gemotiveerd is om dit conflict gaande te houden of om nieuwe conflicten uit te lokken in andere delen van de wereld.’
De vaak buitensporige persoonlijke verrijkingen wekken ook woede op van het militair personeel. De vergelijking met hun lonen is ronduit pijnlijk. In 2005 gingen de ceo’s naar huis met een salaris dat 44 keer hoger is dan dat van een generaal met 20 jaar ervaring en 308 keer hoger dan het loon van gewone soldaten. Anders gesteld: terwijle een soldaat dagelijks zijn leven riskeert voor een schamele 25.000 dollar per jaar, strijkt de ceo vanuit zijn veilige bureau gemiddeld 7,2 miljoen op. ‘Zulke ongelijkheden leggen de misplaatste prioriteiten van dit land bloot’, reageert Irak-veteraan Kelly Dougherty. ‘Ik denk dat Amerikanen op individuele basis wel vinden dat soldaten goed betaald moeten worden om hun leven te riskeren en dat veteranen goed verzorgd moeten worden. Er is pas een documentaire uitgebracht Iraq for Sale. Ik heb al een aantal keer deelgenomen aan panelgesprekken naar aanleiding van de film en telkens zag ik dat de meeste mensen in shock zijn en zich boos maken omdat de ceo’s zoveel verdienen.’
‘De aannemers die in Irak werken worden al zoveel meer betaald dan de soldaten en als je dan het topniveau bekijkt, wel, dat overtreft alles. Je kunt niet anders dan besluiten dat we de huidige oorlogen enkel uitvechten omdat ze enorm winstgevend zijn voor een kleine groep mensen. Militairen die in Irak in contact komen met aannemers hebben allemaal het gevoel dat het er niet eerlijk aan toe gaat. Het wekt frustratie op dat de aannemers vier keer zoveel verdienen, terwijl ze net minder gevaarlijke jobs uitoefenen. Wat oorlogen als deze gaande houden, is de grote winstmarge voor de bedrijven. Zij op hun beurt leveren genereuze campagnebijdragen aan politici. Veel mensen in onze regering komen ofwel uit de defensie-industrie of belanden er nadat hun politieke loopbaan afgelopen is.’
Dougherty begon haar legercarrière acht jaar geleden bij de National Guard in Colorado waar ze als verpleegster werkte. ‘In maart 2003 werd ik uitgestuurd naar Irak als lid van de militaire politie. Mijn eenheid was gestationeerd in het zuiden van het land, nabij Nasirijah. Op basis van mijn jaren dienst en mijn statuut van sergeant verdiende ik rond de 35.000 dollar voor een jaar in Irak. Dat bedrag omvatte ook de gevarenpremie. In 2004 was ik acht jaar in dienst en ik was sowieso van plan om het leger na acht jaar te verlaten om mij toe te leggen op andere interesses. Maar na mijn dienst in Irak was ik nog zekerder dat ik eruit wou. De National Guard werd niet ingezet voor zaken waarvoor het opgericht is, namelijk lokale noodgevallen. De Guard moet ingeschakeld worden voor rampen als Katrina, niet voor oorlogen. Ik was op voorhand al tegen de oorlog in Irak en het jaar dat ik er doorbracht, versterkte mijn overtuiging alleen maar. Ik waardeerde het niet dat ons iets voorgelogen werd. Dat Amerika bang werd gemaakt om steun los te weken voor deze invasie. Ik was niet politiek actief vooraf, maar toen ik terugkwam, heb ik met een paar andere veteranen IVAW opgericht. Iraq Veterans Against the War waar ik vanaf deze week voltijdse directrice ben.’ De auteur is freelance journaliste voor De Morgen, Vacature en Foto+. Deze tekst verscheen in Vacature.com van 16 december 2006 Links (c) Evy Ballegeer, 2006 Debateer mee op ons Forum! |