![]() |
home FFI-international: Engels FFI-international Forum
|
Moslimwereld moet nog wennen aan godsdienstkritiek - Wim Couwenberg
Moslimwereld moet nog wennen aan godsdienstkritiek Met haar recente omstreden uitlatingen over de islam verwijt men Ayaan Hirsi Ali opnieuw haar neiging tot polarisatie tegen de moslimwereld. Maar doet dat niet bijna ieder min of meer die gevestigde opvattingen en belangen wil aanpakken? Met alleen een vriendelijke dialoog verander je de wereld niet. Dat hebben alle partijen begrepen die ontstaan zijn uit verzet tegen gevestigde opvattingen en belangen. Denk bijvoorbeeld maar aan de klassenstrijd van socialistische, de antithesepolitiek van christelijke en de antiklerikale politiek van vroegere liberale partijen. De PvdA is na de oorlog ook begonnen met scherp te polariseren tegen confessionele politiek en de heersende verzuiling en heeft sinds de jaren '60 een tijd lang bewust gekozen voor een polarisatiestrategie tegen al wat als rechts gold. Het denken in termen van links/goed versus rechts/verkeerd duidt trouwens ook op een polariserende mentaliteit. Sinds de jaren '60 werd ieder die een middenkoers prefereerde jarenlang weggehoond als een politiek kleurloze figuur.
De moslimswereld is in dit land een nieuw bolwerk van gevestigde en in veler ogen volstrekt verouderde opvattingen en daarmee samenhangende belangen. Als je daar beweging in wilt brengen doe je dat niet door alleen maar een dialoog met die wereld te voeren. Dat noopt veeleer tot een polariserende stellingname. De polariserende uitspraak van Hirsi Ali is voor de moslimwereld ongetwijfeld schokkend. Maar zij staat daarmee in een lange westerse traditie van godsdienstkritiek zowel van wetenschappelijke als van politiek-ideologische zijde. Wat dat laatste betreft valt uiteraard vooral te denken aan het marxistisch socialisme. Dat beschouwde alle religies als opium voor het volk, dus gebakken lucht. Onder het communisme werd zelfs een consequent antireligieuze politiek gevoerd. Bij de laatste verkiezingen in Israël heeft een partij deelgenomen die veel succes geboekt heeft juist vanwege haar principiële stellingname tegen het joodse fundamentalisme.
Tot 11 september werd de islam met veel meer consideratie bejegend dan de christelijke religie. Sinds 11 september is dat veranderd. Fortuyn heeft daarbij het voortouw genomen met zijn uitspraak dat de islam een achterlijk, d.w.z. achterlopend fenomeen is en daarmee grote verontwaardiging gewekt. Tot het Tweede Vaticaanse Concilie in de jaren '60 werd dat trouwens ook door veel niet-katholieken van de katholieke kerk gezegd zonder dat dat toen als aantasting van de sociale cohesie gehekeld werd. Nog onlangs werd het katholicisme door een columnist van dit blad opnieuw als achterlijk fenomeen te kijk gezet. Bekende publicisten als Rudy Kousbroek, Gerrit Komrij, Maarten 't Hart, Jaap van Heerden e.a. gaan nog veel verder dan de kritiek van Fortuyn en Hirsi Ali door alle religies als achterlijk fenomeen te bestempelen. In het ridiculiseren ervan zien zij de beste reactie tegen het schrikbewind van verzinsels dat alle religie in hun ogen is. Dit soort veel verdergaande godsdienstkritiek wordt voor kennisgeving aangenomen.
Wat Ayaan Hirsi Ali zei over de profeet Mohammed was uit het oogpunt van historisch verantwoorde godsdienstkritiek overigens niet verstandig. Zij kwam tot een oordeel over de profeet Mohammed door diens opvattingen te toetsen aan hedendaagse westerse maatstaven. Dat is terecht aangevochten. Die opvattingen moeten we beoordelen in de context van hun tijd. Het ontbreekt haar in deze kwestie aan historisch besef. Dat geldt trouwens ook voor haar islamitische opponenten. Die kennen de Koran namelijk een universele gelding toe, dus voor alle tijden en plaatsen. Maar de Koran is een boek dat begrepen moet worden in de historische context waarin het onstaan is. En als zodanig kan het niet zomaar zonder voorbehoud gelden voor een zo heel andere tijd en cultuur als de onze. De grote meerderheid der moslims gaat daar niettemin nog steeds van uit. Zodoende lopen zij achter in ontwikkeling van het religieuze denken zoals dat ook geldt voor christelijk en joods fundamentalisme. (c) Wim Couwenberg, 2003
|